Jeroen Brouwers feest zijn Golden Uil

11/03/1995

« Daags na de uitbundige drankuitspatting in L’Archiduc in Brussel ter ere van de uitreiking van De Gouden Uil, belde ik dit etablissement met de vraag of de poetsmevrouw misschien tussen de lege flessen, de glasscherven, de overige resten van losbandigheid een bril had aangetroffen, te weten mijn bril, zonder welke ik niet in staat ben mijn vak uit te oefenen?

Neen, op zo’n prothese was men niet gestoten. Zulks speet de archiduc bijzonder, naar hij mij hoffelijk meldde, maar als ik hem mijn naam en telefoonnummer wilde dicteren, – misschien werd het ding toch nog uit een der nog niet opgedweilde vennen verschaald bier opgedregd…
Zit mij ooit iets mee, heb ik ooit geluk?
Neen. Nooit.
Bril weg. Uil-geld weg. Geen liquiditeiten voor aanschaf van een nieuwe bril. Vrouw kwaad.
Er braken chagrijnige tijden aan, waarin zelfverwijt en wroeging mij pijnigden als door mijn ziel priemende braadspitten.
En toen ging de telefoon. De archiduc persoonlijk meldde zich. Er was in zijn staminee een brillendoos gevonden. In een verstolen donker hoekje waar de poetsdame niet dagelijks kwam met haar zwabber en emmer sop. Kon ik hem de doos en de inhoud ervan beschrijven, zodat hij zekerheid verkreeg dat het gevonden voorwerp het door mij gezochte was?
Een zwarte brillendoos, zei ik, die men kan openen door het sterk verende deksel omhoog te klappen. Daarin ligt de bril met de glazen naar beneden, de veren daaroverheen gevouwen als de pootjes van een overleden lieveherenbeest. De bril ligt opgebaard op een wit, flanellen doekje, waarop in groene letters Pearle Opticiens is te lezen.
Dit alles, bevestigde de archiduc, komt inderdaad overeen met het object dat ik thans in handen houd. Maar behalve de bril bevat de doos nňg iets: een deels gescheurd stuk papier dat zo stevig in elkaar was gerold dat het er uitzag als een vezelig stukje touw. Ik vond het onder de binnenrand van de doos…
Een krantenknipseltje?
Neen, niet een krantenknipseltje, zei de archiduc. Een document met geldwaarde…
De cheque! riep ik verheugd.
Altijd zitten mij de dingen mee, ik heb altijd geluk. (…) » _ Jeroen Brouwers